De Diagnose

En daar was het dan, in januari 2018. De Diagnose. Iets wat ik best had zien aankomen, maar een tijdje had genegeerd. Het blijft een rare gewaarwording om ziek thuis te zitten en dan na 6 à 8 weken te horen wat je mankeert en een behandeling te starten. Of op een wachtlijst te staan voor een psycholoog zoals vaak voorkomt. Of je je depressie nog even wil uitstellen/volhouden..

Als je je been breekt ga je naar het ziekenhuis, röntgenfoto en hup, gipsje erom. Diagnose en prognose zijn helder en het herstel kan beginnen. Je huppelt met je krukken rond, iedereen ziet en begrijpt wat er aan de hand is, na een x-aantal weken ben je genezen en kun je met fysiotherapie langzaam je leven zoals daarvoor hervatten.

Mentale gipspoot

Zo anders is dat met een mentale ziekte. Allereerst is de diagnose lastiger, meer ongrijpbaar. Hoewel psychologen daar misschien (waarschijnlijk) anders over denken. Hoop ik.. it’s a job.. In ieder geval vond ik het lastig om te horen dat ik een depressie had. Wat moest ik hier nou mee? Er was een behoefte om het te laten bezinken en een behoefte aan een plan de campagne: wat nu? Hoe ga ik nu te werk? Wat kan ik doen om dit te fixen? Kan mijn kop ook een gipsje krijgen? Tegelijkertijd snapte ik ook wel meteen dat ik mijn pragmatische kant misschien even moest negeren.

Tijd en rock ’n roll..

Ik had tijd nodig om de diagnose te laten bezinken en weer daadwerkelijk te voelen. De weken en maanden daarvoor was ik juist bezig geweest met proberen niet te voelen van wat er in me omging, door (weg) te lachen, te eten, bezig te blijven. Standje Ignore & Get on with it. En dat is dus niet de juiste weg he.. Wist ik wel, maar ja, ik zat met m’n kop in het zand heel hard te negeren dat ik me klote voelde. Het plan de campagne was dus eerst stil staan en voelen. Rust (reinheid) en regelmaat: wat goed is voor baby’s is ook goed tegen depressies.

Get on with it, Rock & Roll! Eh, ik bedoel Rust & Regelmaat! Klinkt toch minder sexy..

De eerste stap

Toch maar aan de slag, eerst pragmatisch. Dan kom je de inkoppertjes tegen: naar buiten, vroeg naar bed, sporten, geen alcohol, plekken en mensen mijden die je energie kosten. In kaart brengen wat energie oplevert en wat energie zuigt. Dat is stap 1, damage control: eerst de boel stabiliseren om daarna aan herstel te kunnen werken. Dus ik ging weer aan yoga doen, nam een abonnement bij de sportschool om me af te matten bij bodypump en kocht weer een Cineville-pas. Gek genoeg vond ik dat laatste spannend. Film was een liefde van me, maar kon ik er nog van genieten? Het antwoord was gelukkig ‘ja’ en ik voelde me juist heel erg relaxed omdat ik een keer niet direct een mening hoefde te hebben. Een van de nadelen van kunstonderwijs is dat je overal iets over te zeggen moet hebben. Nu keek ik en liet ik emoties en gedachten gewoon lekker komen. Of weer gaan. Of niet.

Next

De volgende stap is lastiger, dan moet je langzaam de diepte in. In mijn geval: cognitieve gedragstherapie. Ik kreeg leesvoer over het ABC-schema. Kort door de bocht: daarmee breng je de begeleidende gedachten in kaart die je bij een situatie hebt. Die gedachten zijn in het geval van een depressie meestal niet heel vrolijk, sterker nog: die kunnen heel kwetsend en storend zijn. En, heel belangrijk: ze zijn zeker niet constructief, ze helpen je niet vooruit. Het is de kunst om die begeleidende gedachten om te zetten in positievere en meer realistische varianten. Dat is zeker niet makkelijk want de meeste gedachtenpatronen draag je al een tijdje met je mee en zijn ontstaan in je jeugd. Nu hoef je echt niet meteen je hele jeugd uit te gaan spitten en je ouders de schuld te gaan geven, het is wat het is. Je ervan bewust te zijn is al heel wat, dan raak je ook minder gefrustreerd. Want oude gewoontes.. die zijn lastig uit te roeien.

ABC hupsakee..

Om mezelf wat oefening te geven was mijn eerste ABC’tje gevuld met iets heel simpels, om erin te komen: een ergernis over de was. Wat gaat er allemaal door dat koppie van me als de kinderen voor de zoveelste keer de was niet IN de wasmand doen, maar OP de deksel. Of gewoon ergens neerpleuren, dat heeft hun voorkeur uiteraard. En als ik er over nadenk: ook de mijne. Want dan is helder dat je gewoon te laks bent om die zooi zelf op te ruimen. Maar er OP in plaats van er IN.. weet je, als je toch al zover bent om je was he-le-maal (echt..) naar de wasmand te sjouwen, waarom dan niet all the way?!! Net die ene laatste kleine handeling. Die is teveel. Kennelijk. Zucht.

Maar goed. Even los van de ironie van er OP in plaats van er IN… welke gedachten heb ik daar dan bij? Daar komen dus gevoelens van eenzaamheid, gebrek aan waardering en onmacht bij kijken. Best wel heftige thema’s voor zo’n lullig voorbeeldje. Moet je je voorstellen hoe dat gaat als we het echt ergens over gaan hebben.

Doe mij maar een gipsje.. is dat nog een optie?