Het was weer zover, selectietijd voor voetbal en hockey. Ondanks dat mijn kinderen pas 9 zijn (“bijna TIEHIEN!”) ben ik er ondertussen aan gewend. Mijn kinderen zijn namelijk nogal sportief aangelegd. Oh, en ook een beetje fanatiek. Leg dat naast een portie tomeloze energie en yep, dan heb je dus 2 sporttalentjes die lekker bezig zijn. Ze zijn allebei op 5-jarige leeftijd begonnen met voetbal én hockey. Dat was aan de ene kant nodig vanwege de loting van de club waar ze bij spelen (nogal lastig binnenkomen) en aan de andere kant omdat we ze de keuze wilden geven. Dus was het elke zaterdag 9 uur hockey en 10 uur voetbal. Oh, en in de middag nog zwemles, maar ook dat veroorzaakte niet echt een energiedip, de dolle tweeling stuiterde vrolijk door.

Voetbal én hockey

Maar goed, ze waren dus voor beide sporten ingeloot en ze vonden het erg leuk. Daarnaast bleken ze het ook nog best goed te doen. Wat ik al zei: sportief aangelegd die twee. Bij voetbal werd na dat eerste jaar een ‘selectie’ gemaakt. Eerst 3 gelijkwaardige selectieteams waarbij de indeling gemaakt werd op basis van de indeling bij de Benjamins. Los Dos zaten gelukkig bij elkaar in het team, dat scheelde in de planning. Want dochterlief deed dat tweede jaar nog steeds aan hockey. Zoonlief niet, die vond hockey toch niet zo interessant.

1, 2 of 3?

Het jaar daarna begon het echte werk. Bij voetbal werden de 3 selectieteams nu ook op sterkte ingedeeld, dus de spannende tijd brak aan over wie er in het 1e, 2e of 3e team terecht kwam.. Even stilstaan bij het feit dat die jochies en dat ene meisje (yep, die van ons) pas 6 à 7 jaar waren he.. Gelukkig was zoonlief wel redelijk duidelijk, die hoorde in het 1e thuis, dat was niet zo spannend. Maar waar werd ons meisje ingedeeld? Ze kwam in het 2e team. En dan moet je even bedenken dat er in totaal 8 kinderen uit hun schoolklas in de selectieteams zaten. Je kunt je dus voorstellen dat het hele voetbalverhaal wel speelde in de klas en op het schoolplein. Maar goed, so far so good, iedereen (lees: ouders) was nog redelijk tevreden.

En spelen maar

Het seizoen begon, dochterlief moest iets meer schipperen met de combinatie van hockey- en voetbalwedstrijden, maar dat ging eigenlijk nog vrij soepel. Vaak had ze eerst een hockeywedstrijd en kon dan meteen door naar het voetbalveld. Aangezien bij hockey de teams nog steeds niet op niveau ingedeeld waren, kon ze dat qua energie heel goed volhouden. Af en toe moest ze een wedstrijd missen, we wisselden dat een beetje af met hockey en voetbal. Maar ze stond er altijd,  nooit een wedstrijd afgezegd vanwege een feestje, uitje, familieding. Uiteindelijk waren er jongens uit haar voetbalteam die net zo vaak afwezig waren vanwege andere redenen dan onze dochter. En bij hockey waren vaak meisjes wel aanwezig, maar toch niet helemaal, als je begrijpt wat ik bedoel.. Dat bedoel ik trouwens echt niet lelijk: er is gewoon verschil in de manier waarop je in dat sportgebeuren staat, dat hoort ook bij de leeftijd. Onze kinderen zijn van nature fanatiek en gefocust.

Vies woord

Samen met dat hele selectiegebeuren groeide bij mij ook een onzekerheid: ben ik nu zo’n fanatieke moeder die vindt dat haar kinderen zo goed zijn en in de selectie moeten? Ben ik nou zo prestatiegericht en projecteer ik dat op mijn kinderen? Antwoord: waarschijnlijk ja en ja. Maar bij andere ouders verbleekte vaak mijn ‘fanatisme’.. Wat een rotwoord trouwens, het klinkt meteen alsof je extreem bent en tot het uiterste gaat. Ik associeer ‘fanatiek zijn’ meer met inzet en enthousiasme. En die heb ik zelf als het om sport gaat namelijk ook, ik heb alleen niet meer dat sportieve lichaam erbij, dus daar loopt het soms een beetje spaak.. Door anderen wordt ‘fanatiek zijn’ vaak gezien als een ongewenste houding die het sportplezier verpest. En daar zit wel een beetje een dingetje: ‘presteren’ of ‘prestatie gericht zijn’ hoeven niet perse vieze woorden te zijn als het om sportplezier gaat. Het verschil zit in je natuurlijke voorkeur en mate van inzet. Dat maakt de een wat fanatieker en de andere lekker relaxed. De ervaring van sportplezier is voor beide categorieën totaal verschillend en geen van beide is ‘verkeerd’.

Menselijke trekjes

Ik heb gemerkt dat die selectietoestand niet altijd het beste in de mensen naar boven haalt. Even los van communicatiefoutjes en onhandigheden die vaak in zo’n procedure zitten: er wordt flink wat eigen frustratie geprojecteerd op zoons/dochters. En er zijn heel veel meningen. Het beeld van het niveau van eigen kinderen is ook niet altijd heel realistisch. Dat is supermenselijk natuurlijk, ik vind die van mij ook de beste haha.. maar laten we ons een beetje inhouden, dat is het beste voor onze kinderen. Misschien maken we dat voetbal- en hockeyspelletje een tikkeltje té belangrijk? De grootste les die onze kinderen kunnen leren uit dit hele proces is namelijk het omgaan met teleurstelling en compassie naar anderen. Dat doe je door zelf het goede voorbeeld te geven en niet door even los te gaan tegen de technische commissie of door wekenlang met andere ouders te discussiëren over hoe oneerlijk het is. Je helpt je kind door ze zo snel mogelijk weer naar de positieve kanten te laten kijken. Natuurlijk mag je teleurgesteld zijn, het is nogal wat die selectietoestand. Maar uiteindelijk draait het om plezier in de sport en de acceptatie van je eigen talent en die van anderen.

Relativeren

Dat is ook de reden dat ik nogal aangeslagen was toen er een hoop gedoe was het tweede jaar rond de voetbalselectie van mijn dochter in het 2e team. Want, het is ‘beleid’ (en hier ging de communicatie flink mis..) dat je voetbal en hockey niet kunt combineren. Nu geef ik meteen toe dat het niet heel wenselijk is dat je je niet volledig kunt ‘toewijden’ aan een team, omdat je soms een andere wedstrijd moet spelen. Maar potjandorie zeg, bij de voetbal hebben we het niet over Ajax of zo.. We hebben het over een leuke, goede en ambitieuze amateurclub en kinderen van 8 à 9 jaar! En dan is het misschien een goed idee om met z’n allen achter zo’n sportieve meid te staan die kennelijk bij 2 sporten zo lekker mee kan. Die trouwens haar plek in dat 2e team ruim verdiend had door haar inzet, balgevoel en 10 keer meer pepers in haar … dan de meeste jongens op dat veld! En ik weet dat, want ik ben haar moeder, ik weet waar ze die pepers vandaan heeft.

Keuze maken

Gelukkig kwam de oplossing vanzelf. Op het moment dat bij hockey ook geselecteerd werd en ze dus in een team van gelijkgestemde meiden kwam én het speeltempo verdubbeld werd omdat ze nu geen teamgenoten had die liever een kwartier naar de wc gingen, heeft ze zelf gekozen om te stoppen met voetbal. Ik ben er blij om. De planning van de wedstrijden liep namelijk een stuk minder soepel dit keer, zeker als de tijden telkens maar gewijzigd worden tussendoor. Natuurlijk was ik supertrots op mijn voetbalmeisje en hoe ze zich profileerde daar tussen die jongens. En ze had zelf ook nog best door willen gaan als het had gekund. Maar ik zie dat hockey bij haar past en ze daar nu meer plezier heeft. En dat was toch het doel: plezier. Voor iedereen, op eigen niveau. Sportief zijn is geen verdienste, inzet wel. We moedigen iedereen aan op elk niveau. Yep, dat is makkelijk praten natuurlijk als je eigen kinderen in het 1e team spelen.. (ik vind het ook altijd heel erg stom om van superslanke mensen te horen dat je je lichaam moet accepteren zoals het is: yeah right, geef mij effe maatje 36 en ik zal me suf accepteren). Maar dat mag je dan meteen in mijn gezicht teruggooien als ik een teleurgesteld kind thuis heb.

Beleid

Ondertussen was voor dochterlief bij hockey ook ‘the real thing’ aan de gang: selectie voor de D-teams, dat was echt zenuwslopend. Het is niet voor niets dat de hockeybond daar wat lucht in wil geven. Mijn favoriete zin in hun uitleg: “Tot de leeftijd van twaalf jaar moeten kinderen vooral plezier hebben in sporten, verschillende sporten beoefenen, motorische vaardigheden opdoen en in hun eigen sociale omgeving dicht bij de vereniging met vriendjes en vriendinnetjes spelen.”. Ik heb namelijk gezien hoeveel baat mijn dochter heeft gehad in haar (sportieve) ontwikkeling bij het combineren van voetbal en hockey. Door de combinatie van deze sporten te demotiveren heeft de club haar ontwikkeling nu misschien wel geremd. Hoewel ik zelf ook niet zie hoe die 2 sporten nu te combineren zijn met alle trainingen en wedstrijden. Kanttekening bij het nieuwe beleid van de KNHB is wel dat je kinderen tot op zekere hoogte wel op niveau bij elkaar moet zetten, omdat sportplezier een subjectieve beleving is en óók voor de fanatiekelingen onder de jeugd gestimuleerd moet worden.

En doorrr…

Dochterlief hoopte bij hockey op een plek in de D1 en dat gunde ik haar van harte, ze werkt er hard genoeg voor. Soms denk ik: een tandje minder hard mag ook best hoor.. Ze moet het maar ondergaan: ze is nu geselecteerd voor dat D1 en ze kan alleen maar zelf ervaren of dat wat voor haar is. Met 3 trainingen per week, coaches, managers, top-wedstrijden.. en gelukkig ook vriendinnetjes. Want volgend jaar, en het jaar daarna, etc.. is er gewoon weer dezelfde selectietoestand. Of misschien toch een tikkeltje anders? We gaan het zien!

En wij staan gewoon te juichen. Voor iedereen, op eigen niveau. Ik hou ervan.