Op blue monday (je weet wel, die commercieel bedachte offday die de somberste dag van het jaar zou moeten zijn) stond er in het NRC een artikel over wat je wel/niet moet zeggen tegen iemand die een depressie heeft. Ondertussen was er ook een campagne door de overheid gestart om depressie bespreekbaar te maken. En dat allemaal in de maand januari, die tot somberste máand van het jaar is bestempeld, want na de glitter & glamour van de feestdagen valt zo’n koude (in ons geval natte) maand toch altijd weer wat tegen en blijkt de lente verder weg dan we dachten of hoopten..

‘Hey!’

‘Hey! Het is oké, maak depressie bespreekbaar.’ Jaaaaaa… #hoedan? In het artikel, je kunt het hier vinden, staan wat tips. Echt nuttig. Nee ik ben niet cynisch: ik heb het aan mijn echtgenoot laten lezen. Die vervolgens dacht dat hij nooit meer aan me mocht vragen hoe het met me gaat, maar goed, dat is dan een extreme interpretatie, kan gebeuren.

Wat ik misschien mis in het hele verhaal is hoe je juist die eerste stap zet om kenbaar te maken dát je een depressie hebt. Want hoe je het ook wendt of keert: het blijft een baggersituatie als je bijvoorbeeld op het schoolplein staat te wachten op je kinderen met andere ouders en je de vraag krijgt hoe het met je gaat.

“He, hoe is het?”

Ojee, hoe ga ik dit aanpakken? Ten eerste: de vraag ‘he, hoe is het’ is vaak niet echt een vraag waar een serieus antwoord op verwacht wordt. Ik moet dan altijd denken aan die mensen die in de VS bij de ingang van winkels staan.. “Welcooooome, how are you?”. De ‘hi-people’ noem ik ze, ze begroeten de binnenkomers met een vriendelijke glimlach en een goedbedoelde vraag. Ik heb echt een keer op het punt gestaan om te stoppen en serieus antwoord te gaan geven: “well… I’m ok, but this morning I woke up with this terrible headache..” etcetera.. Nee, nee, nee, dat is niet echt de bedoeling mensen, teruglachen en doorlopen graag.

“Fine! Thank you!”

Maar wat dan?

Wat zijn dan wel de antwoorden op de ‘he, hoe is het’-vraag?

Klote” is misschien iets te direct en te heftig, maar zet de situatie klip en klaar neer. Je gesprekspartner wordt wel geconfronteerd met een gesprek waar hij/zij niet meteen op zit te wachten, je moet je misschien afvragen wat je van zo’n gesprek dan verwacht en of de aanpak niet te agressief is.

Mwah.. zo zo..” dekt de lading niet echt en eigenlijk kan niemand wat met dat antwoord. Wat moet je daar nu op zeggen? Het gesprek is meteen klaar.

Z’n gangetje”, een favoriet van mij, een soort non-antwoord, want goed of slecht: het gaat z’n gangetje, toch? Verder een dooddoener, als je iets wilt vertellen dan kom je hier niet heel ver mee.

Goed hoor”, met daarbij de keuze: opgewekt kirren of matte zucht. In het eerste geval gelooft niemand je en in het tweede geval wil niemand er van weten.

#hoedan

Nou ja, wat ik eigenlijk wil zeggen: als iemand je begroet met “He, hoe is het?” dan ga je niet zo snel beginnen met de mededeling dat het niet zo best gaat en dat je een depressie hebt. Ik vond het best lastig om in te schatten tegen wie ik het wel of niet wilde melden. Hoe dicht iemand bij me staat hoeft dan niet eens uit te maken, soms is het gesprek er niet naar of heb ik er zelf ook niet zo’n zin in, blij dat ik er een keer niet over hoef te praten of te denken.

Ik had minder moeite om er iets over op Instagram te zetten dan om er met naasten over te praten. Misschien werkte dat ook zo bij DJ Stephan die voor alle luisteraars op de ether openlijk vertelde over zijn depressieve gevoelens. Moedig, dat zeker. Misschien helpt een blog ook wel.

Handleiding

Wat later, in maart, kwam ik een artikel in de Volkskrant tegen over het nieuwe boek van Huub Buijssen, ‘Als een dierbare depressief is’. Een soort handleiding hoe je “begripvol communiceert met een depressieve naaste”. Kijk, zo komen we ergens. Ik heb het boek besteld, samen met het boek ‘Mindgym’ van Wouter de Jong, want ik ben en blijf een pragmaticus: met je geest naar de sportschool, hoe fijn is dat, Rock ’n Roll!

Maar eerst Huub. Je vraagt je af of ik dit boek niet aan mijn dierbare echtgenoot zou moeten geven? Nou, eigenlijk was ik zelf heel benieuwd naar de obstakels die ik voelde in de communicatie naar en met hem. En ik denk dat dit boek mij daarbij kan helpen. En zie hier.. ik kom in het artikel meteen de eerste hulp bij depressieve naasten tegen: leg uit wat een depressie is! Snot.. daar had ik nou net niet aan gedacht. En het is echt niet zo vanzelfsprekend dat iedereen maar weet wat een depressie precies is.

“Dat je bijna niks meer voelt, terwijl emoties – het woord zegt het al – een mens aanzetten tot beweging, actie. Als je dat tot je laat doordringen, snap je dat mensen met een depressie de wil om in beweging te komen kwijt zijn. Hun startmotor is stuk. Ze moeten aangeduwd worden, door hun omgeving.”

Oooooh.. dat is het! Kom ik toch weer terug bij #hoedan? Hoe kan of moet de omgeving de motor laten draaien? Want eerlijk gezegd, als iemand aan mij vraagt “wat zijn je plannen vandaag?” dan krijg ik het heel benauwd. Meteen het gevoel dat ik iets moet en dat kan ook averechts werken. Terwijl diegene waarschijnlijk probeert om de startmotor aan te zetten.

Relax

Yep. Relax.. Chill.. Easy does it.. Let it go..

Het aanduwen van de motor is niet meer en niet minder dan contact houden, uitnodigen voor koffie/thee/lunch/diner/feestje/watdanook, ook al weet je dat ze misschien 9 van de 10 keer niet mee willen. Sleep ze mee onder het motto ‘je kunt altijd naar huis als je het niet leuk vindt’. Praat met ze over de depressie maar juist ook over de gewone dingen van het leven.

Mensen die depressief zijn hebben niet de energie om het leven een kans te geven. Alles is groot en overweldigend en te veel. Dus moeten ze leren om het klein te maken. Niet relaxen in de zin van op je luie donder zitten, maar: laat het los, maak het niet moeilijker dan het is. En hoewel het misschien soms lastig is om met iemand die depressief is te praten, het is soms trekken en duwen, het is het heel vaak ook niet. Je hoeft geen psycholoog te zijn, maar gewoon een vriend/kennis/buurman/collega..

Laten we binnenkort een bakkie doen.