Naar mate er een zekere stijgende lijn zit in mijn herstel, begint juist ook weer een nieuwe strijd. Want waar liggen mijn grenzen, hoe gaat het nu met mij, hoe bepaal ik dat het beter gaat? En in toenemende mate ook een gevoel eenzaamheid. Misschien heb ik juist in deze periode meer steun en aandacht nodig. In het begin van een depressie heb je namelijk al genoeg aan jezelf, je bent primair intern gericht. In de herstelfase groeit de behoefte aan ondersteuning en aanmoediging om weer langzaam de spannende stappen te nemen richting de wereld om je heen.

Zorgen voor mezelf

Vanaf mei had ik vaker een gevoel van senang zijn [senang (maleis) = je prettig voelen, op je gemak]. Het schrijven deed me goed, de yoga deed me goed, ik had fijne sociale contacten. Je gaat dan je eigen grenzen weer verkennen. Een workshop geven in de klas van mijn kinderen, is dat een goed idee? Wat levert het me op en wat kost het me? Meegaan met een schoolreisje, is dat een goed idee? Wat levert het me op en wat kost het me? Telkens weer een leermoment en een confrontatie met mijn valkuilen. De psych opperde een vraag: hoe kan ik ‘beter zorgen voor mezelf’ als thema opnemen in mijn leven? Structureel. En dan heb ik het niet over een dagje naar de sauna, een wandelingetje door het bos of een goed gesprek. Dan heb ik het over mijn houding en keuzes ten opzichte van mijzelf. Het destructieve denkwerk over wat ik wel en niet kan. Over wat ik zou moeten zijn en zou moeten doen. De keuzes die ik maak die ten koste gaan van mijzelf.

Testcase

Een confronterende testcase van dat zorgen voor mezelf bleek de start van mijn re-integratie te zijn. Ik bedacht dat het een goed idee was om het gesprek te beginnen over de start daarvan. Te beginnen met een 2 uurtjes per week op rustige vrijdagen. Dit klinkt heel normaal, maar de clue achter dit verhaal zit ‘em in de woorden “ik bedacht dat het..”. Het initiatief lag bij mij, het was en werd geen dialoog. In het eerste gesprek dat ik had leek het een teleurstelling te zijn dat ik niet per september al 50% aan de slag zou zijn en geen leidende rol zou kunnen aannemen in een van mijn taken. Let wel: het was mei en ik had nog geen enkel uurtje werk gedraaid en de zomervakantie zat eraan te komen. Er zou gesproken worden over taken die bij de opbouw van uurtjes zouden passen. De week daarna zat ik 2 uur op vrijdag op kantoor. Ik had niet gerekend op een (warm) welkom, ik wist dat er op die dag weinig mensen aanwezig zouden zijn. Gewoon weer even op de werkplek zitten, mijn inbox van 500 naar 0 terugbrengen en even een kop thee drinken met een collega. Prima. Toch had ik daarna een akelig en somber gevoel. Dat er letterlijk niemand op mij zat te wachten had ik ingecalculeerd, ik was zelf nogal snel geweest met de start van de uurtjes. Maar dat bleek ook figuurlijk zo te zijn. Voor iemand die zelf heel erg mensgericht en attent is, voelde het eigenlijk ronduit klote dat er niet eens een klein berichtje was met de strekking ‘wat fijn dat je weer begint’, of zo. Gewoon een ‘we zijn er voor je’. Niemand die wist dat ik weer ging beginnen (wat zeg ik, in de weken daarvoor merkte ik dat een aantal collega’s niet eens wist dat ik sinds november al ziek thuis zat..) en nobody gives a fuck.

Initiatief

Ik dacht “ok, weet je, misschien moet ik de lat niet te hoog leggen”. Men heeft ladingen met werk en ik ben maar een van de vele (extra) taken in deze drukke tijd. Ik had mijn directe leidinggevende nog niet gesproken, dus dat gebeurde de week daarna. Ook bij dat gesprek bleef het nog bij plannen die besproken moesten worden, dus op de volgende vrijdag heb ik niet meer dan een uurtje volgemaakt op de vrijdag. Het voelde zinloos, pure aanwezigheid zonder inhoud. Ik besefte dat het niet lag aan mijn (te?) snelle start en ook niet aan de drukte, maar aan het feit dat het initiatief nog steeds bij mij lag en op mijn werk niemand verantwoordelijk was voor dit proces. Mijn werkgever had de bal moeten oppakken en míj bij de hand moeten nemen, niet andersom. Ik was mijn eigen ‘casemanager‘ geworden. En dat voelde teleurstellend en eenzaam.

Murphy aan zet

Poster van Relax Mama – Uitgeverij Snor

En zoals de wet van Murphy gaat.. dan gebeuren er op alle vlakken in je leven dingen die je gevoel van eenzaamheid bevestigen. Ik ging alleen naar een bijeenkomst van de Club van Relaxte Moeders (ok, dit klinkt echt heel suf als ik het zo schrijf, maar wie de ‘club’ kent weet dat het echt heel grappig en zinvol is..) want ik had aan een schrijfwedstrijd meegedaan en het leek me een leuke avond. Ik wist zo snel niemand te bedenken die mee wilde én kon maar ik vond het programma en de mensen echt leuk. Dus ik ging en was daar trots op, beetje persoonlijke overwinning in deze depri tijden zeg maar.. En toch zat ik me een beetje ongelukkig te voelen. Toen ook nog eens een van de twee mannen in de zaal (relaxte moeders.. weet je wel..) bij aanvang van een kleinkunst-act een stap naar achter deed in het publiek, en daarbij een dame aanstootte waardoor er een half glas sangria over mijn broek werd gegoten was ik er klaar mee. De man ging, niet geheel spontaan, een doekje halen en even dacht ik dat het bij de act van de avond hoorde dat híj, één van de twéé mannen aanwezig, hier voor mijn neus een plas wijn aan het opdeppen was. Dit moest een grap zijn? Mijn broek stonk naar wijn, terwijl ik zelf suffe spa roodjes achterover aan het slaan was. Het was niet mijn avond. Niet mijn dag, niet mijn week.

En meer

Thuis ging ik me bezwaard voelen, hoe lang mag je op iemand leunen? Het ging beter, maar ik raakte verlamd als ik dacht aan de verbouwing en met name de buren die ons aan het treiteren en vertragen zijn. Kaliber ‘rijdende rechter’.. dat is pas negatieve energie. En als ik dacht aan alle selectie- en sociale einde-seizoens-toestanden van de sportteams van mijn kids. En aan hun verjaardagen die er weer aankomen en waar zoveel voor geregeld moet worden.

Ik kon op de school van mijn kinderen en op het sportveld alleen maar mensen zien die vrolijk en gemakkelijk gezellig zaten te doen. Bij mij voelde alles zo nep. Ik deed het wel, maar het ging zo moeizaam, ik voelde me eenzaam.

Ik ging sport afzeggen en mijn nek zat weer vast.

Ik durfde niet meer tegen mensen te zeggen dat het niet goed ging en waar mijn behoeftes lagen, want he, het wordt toch wel eens tijd dat het beter gaat? Het gíng toch ook beter? Wat is de houdbaarheid van een depressie?

Ik ging om 3 uur ’s nachts schrijven omdat ik lag te piekeren nadat ik wakker was gemaakt door 2 kinderen die muggen in hun kamer hadden. En nadat ik zeker 10 (!!) slakken had verwijderd uit de huiskamer die uit de vochtige kruipruimte kwamen (omdat daar de balken aan het wegrotten zijn en daarom moet de hele vloer eruit maar die fijne buren houden de verbouwing de hele tijd tegen !#%&*8^%$#). En nadat ik in de gang op zo’n slak was gaan staan met mijn blote voeten. Yep, ik kan je hier horen gruwelen en gillen.. GETVERDEMME! Ik heb me met moeite nog kunnen inhouden, want die kinderen sliepen net weer..

Bedankt Murphy. En nu opzouten, jij bent niet welkom.

Falen.. eh leren

Welkom zijn en je welkom voelen, het is zo belangrijk. Iedereen wil gezien worden en gelukkig zijn. De maakbaarheid van het geluk.. ik voelde ‘em even niet. En daar ging het dus mis in het thema ‘beter zorgen voor mezelf’ waar de psych op hamerde: ik stapte gewoon weer in die plichtsgetrouwe gewoonte van doorgaan en liep daarmee voorbij aan mijn gevoel en behoeften. Omdat ik vind dat het een keertje over moet zijn. En toen vergat ik dat het soms 2 stappen naar voren en 1 stap terug is, maar ook soms 1 stap naar voren en 2 stappen terug.. En dat kwam keihard aan.

Toch: ja, het gaat écht beter. Ook deze dip hoort juist bij de vooruitgang. Testcases zijn er om te falen en weer op te staan. Dat had ik mezelf toch als boodschap meegegeven (zie blog ‘Je ziet er goed uit’)? Falen = leren. Dus wat heb ik geleerd? Dat ik een stapje, of twee, terug mag doen en ‘nee’ mag zeggen. Dat ik een badje neem. Dat ik accepteer dat een avond kan mislukken. Dat ik even zanik over de buren, maar niks tegen hen zeg of doe, want dat gaat de boel echt niet versnellen. Dat ik om 3 uur ’s nachts kopertape op de vloer aan het plakken ben tegen die vieze slakken. Dat ik me erger aan dat stomme re-integreren en daarna de regie weer neem. Alleen de regie, niet de verantwoordelijkheid trouwens. Ik kan alleen mijn eigen lessen leren; wat anderen (willen) leren hebben ze zelf in de hand. Daar ga ik me dan maar even geen zorgen over maken.